Posted in Life, Writing

Party Banter @ home

Ik vertelde Bert dat zijn naam in mijn laatste post stond (dat heet: een visje gooien). Hij was best teleurgesteld dat er enkel ‘Sorry Bert’ stond. Ik zal maar niet zeggen waar hij wel op gehoopt had.

Of toch een kleine hint:

Met twee kleine kindjes en twee jobs nog tijd vinden voor je hobby’s, dat is een kwestie van zware taakverdeling (en bij momenten weinig slaap). Van ook ongevraagd regelen wat nodig is.

Dat is oog hebben voor elkaars vrije tijd. Voor wat de ander nodig heeft en wat hem/haar gelukkig maakt.

Bert heeft adelaarsogen. Hij geeft me de tijd om te dromen die de lach weer terug tovert op mijn gezicht.

En hij is de meest bereikbare plotpartner die ik heb. In het alledaagse leven klinkt dat ongeveer zo:

Mijn centurion staat voor zijn soldaten. Het zijn er 80 in totaal. Want centus is 100 maar er zitten 80 soldaten in een centurie. Dat is van die wiskunde waar ik hoofdpijn van krijg.

Maar goed, hij staat voor zijn soldaten. Ik denk: ‘hij heeft een megafoon nodig.’

Ik zeg tegen Bert, die nietsvermoedend tv aan het kijken is: “Ik heb een megafoon nodig. Maar ik heb geen elektriciteit.”

Bert: “Volgens mij werken de meeste op baterijen.”

“Ik heb GEEN baterijen.”

“In de kast, denk ik”

“Er is geen kast. Het is 3 na Christus. Er zijn geen baterijen.”

“Ahja….maak een trechter dan.”

Sofie: maakt haar soldaten zo stil als muisjes en geeft de Centurion een diepe stem. En vraagt zich af wat ze gaat doen de eerste keer dat ze een legioen iets moet duidelijk maken. ‘Pass the message!’

Sofie: schrijft dat iemand gestorven is aan de Spaanse griep. Beseft bij het nalezen dat Spanje helemaal niet bestaat (dit is eigenlijk een variatie met een andere Chinese vrijwilliger, maar het thema is gelijk).

“Maak er toch gewoon griep van. Makkelijk.”

“Wel minder dodelijk.”

“Kan toch.”

“Kan zeker: ik maak er Influenza van.”

“Wat is dat?”

“Griep. Het klinkt erger in het Latijn.”

“Ok dan.”

Nog eentje met Bert:

Sofie: “Ik ga een voet afsnijden.”

Bert: “Ok, succes.”

Sofie: “Ik moet nog kijken hoe ik dat ga repareren. Want je bloedt wel dood als je dat niet snel maakt, helers of geen helers. Ik was aan het denken…..”

Bert: “Maaikes.”

Sofie: IEUW!!

Bert: “Doen ze dat niet? Of is dat te nieuw?”

Sofie: “Dat is VIES. Ik wou het toebranden.”

Bert: “Ik denk dat ze dat toch voor iets gebruiken, maaikes.”

Sofie: “Ok, ok, ik zal het googelen.”

De laatste:

Sofie: ik heb een plotgat.

Bert: ai

Sofie: Iemand krijgt een speer in zijn schouder. Hij woont op vier dagen lopen van Mesmer, waar mijn helers zitten. Die komen hem helpen. Dat is vier dagen heen, en vier dagen terug. De arme jongen zit acht dagen lang met een speer in zijn schouder.

Bert: Ocharme.

E.R. ten tijde van het Romeinse Rijk. Het is een uitdaging.

Merci mopsie. Ik hoop dat ik je toch af en toe doe lachen.

Trouw Sofie & Bert 09-11-2013