Posted in Other stories, Writing

Nicolas van Myra

img_1231

Lang, lang geleden, ergens in het diepe zuiden van Spanje, leefde er een jongen die Nicolas heette.

Nicolas was een pientere knaap met merelzwart haar en heldere ogen, die de wereld vol verwondering aankeken.

Toen Nicolas nog maar zes jaar oud was, werd hij ziek. En lang, lang geleden waren er nog niet zoveel ziekenhuizen en dokters als nu. Dus toen Nicolas steeds meer begon te hoesten, en zijn ogen stilaan doffer werden, zochten en zochten zijn ouders lange dagen naar iemand die hem kon helpen.

In het dorp hoorden zij over Myra, een genezeres, die diep in het donkere woud leefde. Vroeger werd zij in het dorp vaak gezien. Aanvankelijk hielden de dorpelingen van haar knappe snoet, die nooit leek te veranderen. Stilaan vonden ze dat toch een beetje zonderling. En al gauw werden ze bang van haar. Hoe banger de mensen werden, hoe minder vaak Myra verscheen. De laatste tien jaar had niemand haar nog gezien.

Omdat Nicolas’ vader zag dat de lichtjes in de ogen van zijn zoon stilaan doofden, trok hij met zijn zoon het woud in. Hoewel zijn hart bang was, waren zijn stappen vol hoop en zo vond Nicolas’ vader Myra opvallend snel.

Myra bekeek de kleine Nicolas goed en besefte dat het eigenlijk te laat was voor hem was. Maar het laatste sprankeltje in zijn blik trof haar zo dat ze begon aan een drankje, waarvan enkel zij het recept kende. Het was een drankje dat haar goed bekend was, want ze nam het zelf al vele jaren. Het meest mysterieuze ingrediënt was een ovaalvormige steen, zacht als satijn en met de kleur van bleke ochtendlucht. Met een gouden sikkel schraapte ze hiervan zorgvuldig een schilfertje los.

Op dat moment hoorde Myra hoe Nicolas’ adem wegdreef, en bevreesd dat ze zijn sprankelende blik nooit weer zou zien, gooide ze meer en meer schilfers in haar drankje, tot het gloeide als nooit tevoren.

Het duurde even, maar Nicolas werd beter. Voor haar hulp vroeg Myra geen beloning, enkel om Nicolas nog eens te mogen zien zodra hij een gezonde jongeman geworden was. Dat beloofde de knaap maar al te graag. Samen met zijn vader vertrok hij weer naar huis. En Myra, die bekeek de zachte steen triest, alvorens ze hem diep wegborg. Vanaf die dag bereidde ze er nooit nog een drankje mee.

De jaren gingen voorbij en Nicolas vergat Myra nooit. Zijn wonderlijke genezing was hem zeer dierbaar en hij wilde zelf even wonderlijk worden. Hij studeerde lang en hard en als jonge dokter keerde hij naar het woud terug. Hij zag al gauw dat Myra veranderd was. Maar hij herkende nog steeds haar wondermooie groene ogen. Wanneer hij er vandaag aan terug denkt, omschrijft hij ze als een zomers bergmeer: bodemloos diep en vol verandering.

Vele jaren bleven ze bij elkaar en Nicolas leerde meer dan hij ooit had durven dromen. Hij kreeg niet alleen zijn doktersjas, maar ook een pracht van een dochter. Toen de tijd voor afscheid daar was, was hij intriest, maar dankbaarder dan ooit.

Nicolas kreeg een paar witte haren tussen zijn zwarte lokken en daarmee zag hij er zeer voornaam uit. De mensen kregen vertrouwen in de wijsheid die volgens hen vaak met de jaren komt en Nicolas had het drukker dan ooit. Hij verliet het woud en trok terug naar het dorp. Bij het opruimen ontdekte hij, verborgen tussen een stapel oude kindertekeningen, de mysterieuze bleke steen. Ondanks hun vele jaren samen had Myra hem die nooit meer laten zien.

 Nicolas genas vele mensen. Sommige kon hij niet helpen, en dan draaide hij de gladde steen wel honderd keer in zijn lange vingers, maar hem gebruiken deed hij nooit. Daarvoor was zijn vertrouwen in Myra te groot.

 Zijn dochter ging studeren en enkele jaren later werken. Voor haar werk trok zij regelmatig naar België. Zelf was ze geen dokter, maar ook zij was gefascineerd door het verhaal van de steen. Ze ging zelf op zoek naar drankjes die konden genezen wat ongeneeslijk was. Toch, al had het werk haar naar koudere oorden geleid, het zou de liefde zijn die haar er deed blijven.

Dit maakte Nicolas best eenzaam. Ze hielden echter contact, en Nicolas, die nochtans veel van zijn job hield, was nooit gelukkiger dan in die paar weken per jaar dat hij, beladen met cadeautjes, naar zijn kleinkinderen reisde om hun verjaardagen te vieren. Toen hij tijdens een van zijn bezoeken zijn dochter toevertrouwde dat ook Spaanse winteravonden kil waren als je ze alleen doorbracht, knikte ze een beetje spijtig. Daar wist ze zo snel geen oplossing voor.

Maar ze was het niet vergeten, zo bleek zes december van datzelfde jaar, op Nicolas’ eigen verjaardag. Met de post kwam een glanzende enveloppe met daarin geen brief, maar slechts een adres. Nieuwsgierig trok Nicolas er heen. Het bleek een stoeterij te zijn. Hij glimlachte aanvankelijk wat meewarig, want het cadeau dat hij hier zou kunnen kiezen, leek hem meer iets voor de dochter zelf. Met paarden had hij echt niets. Toch bleef hij even staan kijken naar de dieren die aan het trainen waren. Andalusische paarden zijn namelijk best prachtig.

Nicolas wilde net weer vertrekken toen het gebeurde: op het moment dat hij zijn rug draaide, hinnikte de bleekste schimmel naar hem. Amerigo heette deze vrolijke schavuit en vanaf die dag ging Dokter Nicolas niet meer alleen op huisbezoek.

Door de jaren heen werden Nicolas’ haren even bleek als die van Amerigo, en hij bleef zijn familie bezoeken terwijl ook hun haren steeds grijzer werden. Toen hij op een gegeven moment op het gelaat van zijn dochter evenveel rimpels telde als bij zichzelf, was hij danig van de kaart. Langzaam daagde hem de enorme kracht en het grote gevaar van de steen.

Niet lang daarna gebeurde er nog iets waar Nicolas weinig raad mee wist: Amerigo liep mank. Zijn trotse schimmel trok met zijn voorbeen en de straten waren al snel te oneffen voor hem. Nicolas raadpleegde verschillende dierenartsen maar niemand bracht hem raad. Toen hij zijn dochter, zelf een groot dierenliefhebber, hierover vertelde, raadde zij hem aan Amerigo mee te brengen tijdens zijn volgende bezoek. Aanvankelijk vond Nicolas dat een belachelijk idee. Zelf vond hij het vliegtuig al een verschrikking, hoe zou het dan met Amerigo moeten. Maar ook zijn laatste wanhoopspoging om zijn geliefde schimmel te genezen faalde.

En zo kwam het dat Nicolas België enkele weken later niet binnen vloog, maar voer. Wederom met een door de dochter neergeschreven adres, ditmaal niet van een stoeterij maar van een grote dierenartspraktijk. Dokter Piet, stond er bovenaan het adres geschreven. Nicolas herkende de jonge dokter Piet al snel: zo zwart als Nicolas’ jonge haren geweest waren, met een vrolijke bos dwarse krullen en een glimlach zo breed als de deuropening van waaruit hij Nicolas begroette. Het regende pijpenstelen.

“Slecht weer vandaag hé,” lachte Piet, die al lang wist dat Nicolas vanuit Spanje op bezoek zou komen. Amerigo hinnikte en Nicolas lachte flauwtjes.

Even later fronste de anders zo vrolijke Piet de wenkbrauwen. “Amerigo is niet ziek, Niklaas,” zo verklaarde hij.

Nicolas fronste terug. “Nicolas,’ verbeterde hij een beetje schoolmeesterachtig. “En toch loopt hij mank,” voegde hij er een beetje geprikkeld aan toe.

Dokter Piet knikte: “Hij loopt mank, dat is waar. Maar hij is niet ziek.” Piet dacht even na. “Ik vind er wel wat op. Ga jij nu maar naar je familie, Niklaas,”

Toen Nicolas de volgende dag terugkeerde, hield Piet tot zijn grote verbazing een lange smalle houtsplinter tussen zijn zwarte vingers. Nicolas nam hem voorzichtig aan.

“Die zat in zijn linker voorbeen,” verklaarde Piet.

Nicolas was diep onder de indruk. “Hoe heb je die gevonden?” vroeg hij. Piet haalde zijn schouders op. “Ik heb goed gezocht,” antwoordde hij simpel. “Normaal gaat een splinter als deze zweren en dan komt hij naar buiten. Maar deze dus niet.”

Het schaamrood steeg naar Nicolas’ bleke wangen, wat Piet niet ontging. Hij knipoogde naar Nicolas en die beloofde hem plechtig de dierengeneeskunde voortaan aan Piet over te zullen laten. Toen Nicolas en Amerigo vertrokken, stond Piet weer lachend in de deuropening om hen uit te zwaaien.. Het was inmiddels gaan sneeuwen. “Slecht weer vandaag, hé,” riep hij hen na. Amerigo hinnikte en Nicolas lachte.

Vanaf die dag waren Nicolas en Piet de beste vrienden. Nicolas bezocht Piet wanneer hij in België was, en Piet, die genoeg had van al dat slechte weer, was steeds vaker in Spanje te vinden. Jarenlang slaagde Piet er in om Nicolas te laten lachen, maar op een ochtend, niet zo lang voor zes december, was Nicolas weer even verloren.

“Wat wil je voor je verjaardag, Niklaas?” had Piet hem zo net langs zijn neus weg gevraagd. Nicolas wist het niet.

“Ik geef veel liever zelf cadeautjes,” had hij geantwoord. “Maar er is niemand meer om nog cadeautjes aan te geven.” Nicolas pinkte een traantje weg, dat snel gezelschap kreeg. Ze gleden in zijn inmiddels lang geworden witte baard, die hij enorm koesterde.

Piet lachte breed. “Denk je dat werkelijk, Niklaas?” vroeg hij. “Als wij nu morgen op de boot stappen, en richting België varen, zouden we dan niemand vinden om cadeautjes aan te geven?”

Niklaas keek Piet aan over zijn kleine glazen brilletje. Toen glimlachte hij.

“Kom, Slecht Weer Vandaag,” riep Piet.

En ze gingen op pad.

Author:

I'm the writer of Mesmer, a historical fantasy series set in Ancient Gaul (which I hope to publish one day!). I'm also a reader with a special soft spot for comics, and a mom trying to show my kids all the voices the world has to offer. This is a space for me to type down the thoughts that I can't craft into fiction, and to complain when my characters nag me into doing stuff I don't have time for.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s